Ingrediënten
- 500 gram woudbonen
- 3 groentenbouillonblokjes
- 2 Friese droge worsten
- 250 gram runderpoulet
- een halve pastinaak of knolselderij
- 2 winterwortels
- 4 stengels bleekselderij
- 2 uien
- 2 teentjes knoflook
- 200 gram sperziebonen
- 2 preien
- 200 gram spinazie
- 1 blik gepelde tomaten (of verse tomaten, gepeld)
- bladselderij
- tijm
basilicum
vlierbessenwijn
olijfolie
peper
zout
Bereiding
Was de woudbonen en week ze een nacht tevoren in 1½ liter water.
Kook de bonen in het weekwater, samen met het soepvlees en de droge worst.
Schep regelmatig af het schuim van de bonen.
Neem na een uur de droge worst eruit en laat die afkoelen.
Voeg de bouillonblokjes toe en kook de bonen nog een uur tot ze gaar zijn.
Het is belangrijk de bonen tegen de kook aan te houden, zodat ze heel
blijven en daardoor hun smaak behouden.
Maar intussen de pastinaak (of knolselderij), wortels, bleekselderij, prei
en sperziebonen schoon.
Snijd de pastinaak (of knolselderij), wortels, bleekselderij, prei en
sperziebonen in kleine stukjes.
Prak de tomaten fijn.
Snipper de uien en de knoflook.
Fruit de stukjes ui en knoflook in een scheutje olijfolie in een grote pan
met dikke bodem.
Voeg na drie minuten de gesneden groenten toe en fruit al roerend gedurende
vijf minuten.
Voeg dan de woudbonen met het vlees en de bouillon toe.
Houd de soep ongeveer 15 minuten tegen de kook aan.
Snijd de droge worst in dunne schijfjes en voeg die samen met de spinazie
toe en de geprakte tomaten toe aan de soep.
Kruid naar smaak met selderij, tijm en basilicum.
Voeg na vijf minuten zout, peper en een glas vlierbessenwijn toe.
Serveren met geroosterd brood en jonge kaas.