
Ingrediënten
- 150 gram
tarwebloem
- 100 gram
zuiver boekweitmeel
- 200 gram
suiker
- 1 ei
- 3 theelepels
kaneel
- 3 deciliter
melk
- een beetje
zout
- boter of
fijne spijsolie
Bereiding
Klop het ei
met ietst zout.
Voeg het meel, de kaneel
en de suiker roerende toe.
Voeg al roerende bij gedeelten de melk toe.
Maak de
boter of olie in een klein steelpannetje
zo warm, dat er een blauwe damp afkomt.
Laat het
deeg door een drabbelkoektrechter (heeft
drie of vier tuitjes) in de hete boter
lopen, terwijl de trechter steeds
langzaam wordt rondgedraaid, zolang tot
er voldoende deeg in is voor een
drabbelkoek.
Laat deze
aan beide zijden lichtbruin bakken.
Neem hem dan
met een schuimspaan uit het vet.
Laat hem
goed uitdruipen en leb hem in een
kommetje om een bolle vorm te krijgen
gedurende het hard worden.
Laat hem
daarna nog even uitdruipen op grauw
papier.
Bewaar de
drabbelkoeken in een trommel.